De Wamelse kerkgeschiedenis

Van pest, oorlog en hongersnood bevrijd ons Heer

Het leven van de mensen in de Middeleeuwen was nou niet bepaald verzorgd van de wieg tot het graf. Vaak was het leven zeer kortstondig. Het jaar 1672 heet in onze geschiedenisboekjes het ‘rampjaar’. Dit jaar valt echter totaal in het niet bij het rampjaar 1349. Via teruggekeerde handelsschepen uit het Oosten bereikte de pest, ofwel de Zwarte Dood, in 1348 de Zuid-Franse havensteden. In 1349 breidde de ziekte zich via Parijs ook uit naar de Lage Landen aan de zee. Geschat wordt dat in nauwelijks een jaar een derde van de Europese bevolking is omgekomen.
Ook oorlogen eisten vele slachtoffers. Vanaf rond 1350 tot 1399 woedde er een oorlog tussen de hertogen van Brabant en Gelderland. Zaltbommel en Tiel wisselden regelmatig van eigenaar, van enige ‘openbare veiligheid’ zal daarom in Wamel geen sprake zijn geweest.
Na de laatstgenoemde vermelding van de Wamelse kerk in 1225 treffen we in de huidige literatuur weinig of niets aan over Wamel. Dat wil niet zeggen dat er geen vermeldingen zullen zijn. Veel materiaal is nog niet of slechts zeer ten dele onderzocht en beschreven. In het kader van dit boek was dergelijk onderzoek niet mogelijk, het zou vele jaren duren. In 1422 was het kerkgebouw toe aan een grondige reparatie want in dat jaar verkopen de kerk en buurmeesters aan Herman en Rudger van Delft een erf, genaamd de ‘Hofstede’. Met de opbrengst van deze hofstede konden de nodige reparaties betaald worden. Lambert die Haze en Jan die Smit zijn dan de Wamelse kerkmeesters.

Bij een kerkvisitatie in 1515 had onze kerk niet minder dan vijf altaren, een zeker bewijs van welvaart. Wamel was toen zo niet het grootste, dan toch wel een van de grootste dorpen in Maas en Waal. Deze altaren waren gewijd aan de H.Maagd Maria, St. Antonius met het varken, de H. Driekoningen, St. Severinus en de H. Catharina, Barbara en St. Andries. Ook was er nog het Sinterklaas altaar. Elk altaar had zijn eigendommen. In de middeleeuwen was aan elk zijaltaar een priester verbonden, een vicaris. Alleen hij of zijn plaatsvervanger mocht op dat altaar de H.Mis opdragen. Een zijaltaar met het daarbij behorende onroerend goed was een vicarie. De schenker van dat onroerend goed had het recht de betreffende vicaris te benoemen die dan weer moest leven van de opbrengst van de vicarie. Deze vicaris had alleen tot taak elke dag of enkele dagen in de week de H.Mis op te dragen voor het zieleheil van de schenker of zijn voorvaderen. Aan Antonius met het varken is verderop in dit boek nog een kort hoofdstuk gewijd.

Dit is waarschijnlijk de oudste afbeelding van de Wamelse kerk. Hoewel deze afbeelding slechts een klein detail is op de kaart die Van Deventer tekende, geeft het toch de grootte en belangrijkheid van dit gebouw goed weer.

Dit is waarschijnlijk de oudste afbeelding van de Wamelse kerk. Hoewel deze afbeelding slechts een klein detail is op de kaart die Van Deventer tekende, geeft het toch de grootte en belangrijkheid van dit gebouw goed weer.


Nog in de 16de eeuw had de kruiskerk aan de Westkant een zware vierkante toren. Een zware storm vernielde op 11 januari 1558 het torendak. De toren zelf is in het begin van de tachtigjarige oorlog afgebroken. Over het afwaaien van deze torenspits is het een en ander bekend. De storm stak `s morgens rond een uur of negen op om tegen elf uur wat af te flauwen, daarna wakkerde hij weer aan. Tegen twee uur in de middag was de orkaan uitgewoed. Er zijn vanuit west Vlaanderen tot en met noord Duitsland diverse meldingen van schade die werd aangericht. Zo verloren in het plaatsje Wijk bij Maastricht verschillende mensen het leven, toen de kerktoren op de kerk viel tijdens een dienst.